De Drempel van Hermes
Hoofdstuk 34 – De Keuze
Hij werd wakker van het geluid van stromend water.
Een kraan. Een douche. Ergens dichtbij.
Maarten opende zijn ogen en staarde naar een onbekend plafond. Wit. Vlak. Een moderne lamp, uitgeschakeld. Daglicht sijpelde door gordijnen die niet helemaal sloten. Hij lag in een bed dat niet het zijne was, met lakens die fris roken en vers aanvoelden.
Waar was hij?
Het geheugen keerde terug in fragmenten. De drempel. Het licht dat geen licht was. Asselbergs die te ver ging. De terugtocht over het wad, Yara's auto, de vermoeidheid die hem had overspoeld als een donkere golf.
Hij ging rechtop zitten. Te snel. Zijn hoofd tolde en zijn maag keerde zich om. Dagen zonder eten — zijn lichaam herinnerde het zich nu, op een pijnlijke, onmiskenbare manier.
De kamer was klein maar netjes. Hotelkamer, vermoedde hij. Standaardmeubilair, neutrale kleuren. Zijn kleren lagen over een stoel gevouwen. Schoon. Iemand had ze gewassen.
Op het nachtkastje stond een glas water en een bord met crackers. Ernaast lag een briefje in Yara's handschrift: Langzaam aan. Klein beetje tegelijk. Je bent bijna vijf dagen leeg geweest.
Vijf dagen. Het voelde tegelijk als een eeuwigheid en als één enkel moment.
Hij pakte een cracker en brak er een klein stukje af. Legde het op zijn tong. Liet het weken. De smaak was overweldigend — zout en graan en iets fundamenteels dat hij nooit eerder had geproefd. Of misschien had hij het altijd geproefd maar nooit opgemerkt.
Het water geluid stopte. Even later ging de badkamerdeur open en kwam Lotte naar buiten, haar haar nog nat, gewikkeld in een witte badhanddoek.
"Je bent wakker," zei ze. Geen vraag, gewoon een constatering.
"Hoe lang heb ik geslapen?"
"Veertien uur. We zijn gisteren om een uur of zes aangekomen. Jij was al buiten westen voordat Yara de auto parkeerde." Ze ging op de rand van het andere bed zitten. "Je snurkte trouwens. Verschrikkelijk hard."
Ondanks alles moest hij glimlachen. "Sorry."
"Yara heeft het op haar telefoon opgenomen. Voor het nageslacht."
Het was zo absurd normaal, zo beneden-de-drempel, dat het bijna pijn deed. Zijn dochter die hem plaagde met zijn gesnurk, na... na wat ze hadden meegemaakt.
"Waar zijn we?" vroeg hij.
"Hotel in Middelburg. Yara dacht dat we wat afstand nodig hadden voordat we..." Ze stopte. "Voordat we besloten wat we gaan doen."
De keuze. Daar was het al.
"Waar is Yara nu?"
"Boodschappen. En iets regelen met eten — ze zei dat we voorzichtig moeten zijn, bouillon eerst, dat soort dingen." Lotte bekeek hem met een bezorgdheid die hem vreemd aandeed. Wanneer was ze oud genoeg geworden om zich zorgen om hem te maken? "Hoe voel je je?"
"Alsof ik uit elkaar val en tegelijk meer heel ben dan ooit."
Ze knikte. "Ja. Dat bedoel ik."
Hij nam nog een slokje water. "En jij? Hoe gaat het met jou?"
Lotte dacht na. Haar blik gleed naar het raam, maar hij had het gevoel dat ze niet naar de gordijnen keek maar door ze heen, naar iets daarachter. Of misschien onder ze. Om ze heen.
"Het is er nog steeds," zei ze zacht. "Niet zo sterk als gisteren, maar ik kan het nog voelen. Als een... weet je hoe je soms een woord op het puntje van je tong hebt? Zo voelt het. Alsof ik bijna kan zien hoe dingen echt zijn, maar net niet helemaal."
Hij wist precies wat ze bedoelde. Het was bij hem ook zo. Het directe zien, de ongefilterde waarneming die hij op de drempel had ervaren, was grotendeels verdwenen. Maar er bleef iets achter — een sensitiviteit, een bewustzijn van lagen die er altijd waren geweest maar die hij nooit had opgemerkt.
"Denk je dat het weggaat?" vroeg Lotte.
"Ik weet het niet."
"Wil je dat het weggaat?"
Een eerlijke vraag. Hij wist het antwoord niet.
"Het maakt alles ingewikkelder," zei hij uiteindelijk.
"Maar ook echter."
Daar had ze gelijk in. De wereld was ingewikkelder geworden, maar ook werkelijker. Alsof hij zijn hele leven door een sluier had gekeken zonder het te weten, en nu de sluier was verschoven — niet weggehaald, maar verschoven genoeg om te weten dat hij er was.
Er werd op de deur geklopt. Drie keer, een pauze, dan nog twee keer. Een code, realiseerde hij zich.
Lotte stond op en opende de deur. Yara kwam binnen met twee boodschappentassen en een kartonnen draagtray met bekers.
"De dode is herrezen," zei ze toen ze Maarten zag zitten. "Hoe voel je je?"
"Hongerig."
"Goed teken." Ze zette de tassen op het bureau en haalde een thermoskan tevoorschijn. "Kippenbouillon. Zelfgemaakt, van de markt. De vrouw verkocht het in potten voor mensen die ziek zijn." Ze glimlachte scheef. "Ik heb gezegd dat je een voedselvergiftiging had."
"Technisch gezien niet gelogen," mompelde Maarten.
Yara schonk bouillon in een beker en gaf het aan hem. "Langzaam. Kleine slokjes. Als je moet overgeven, niet op het bed alsjeblieft."
De bouillon was heet en rijk en zo complex van smaak dat het bijna te veel was. Hij kon de afzonderlijke componenten proeven — kip, prei, selderij, tijm, iets anders dat hij niet kon plaatsen. Elk element duidelijk en toch samengevoegd tot iets groters.
"Goed?" vroeg Yara.
"Perfectie."
Ze schonk ook voor zichzelf en Lotte in, en ze dronken zwijgend. Drie mensen in een hotelkamer, herstellend van iets waarvoor geen handleiding bestond.
Uiteindelijk verbrak Yara de stilte. "We moeten praten over wat we gaan doen."
Daar was het. De keuze, in woorden.
"Eerst dit," zei Maarten. "Asselbergs."
De naamhing tussen hen in, zwaar en ongemakkelijk.
"Ik heb vanmorgen het nieuws gecheckt," zei Yara. "Nog niets. Geen vermiste persoon, geen lichaam gevonden."
"De boot ligt er nog," zei Lotte zacht. "Zijn auto ook, waarschijnlijk. Iemand zal het opmerken."
"Vroeg of laat," beaamde Yara. "De vraag is: wat doen wij?"
Maarten dronk nog een slokje bouillon, won tijd. "We hadden geen keuze," zei hij uiteindelijk. "Het tij kwam op. Hij weigerde terug te komen."
"Dat weet ik," zei Yara. "Maar leggen dat uit aan de politie..."
"We kunnen het niet uitleggen," zei Lotte. "Niet op een manier die ze zouden begrijpen."
Maarten dacht aan Nadia Bakker, de Europol-rechercheur die hem had geholpen. De institutionele wereld, met zijn regels en procedures en begrijpelijke verklaringen. Hoe zou hij dit aan haar uitleggen? We lieten een man achter op het wad omdat hij te diep de transcendentale drempel inging en niet wilde terugkomen voordat de vloed kwam?
"We moeten het wel melden," zei hij. "Dat is het juiste."
"En dan?" vroeg Yara. "De hele waarheid vertellen?"
"Een versie ervan. We waren op het wad, wetenschappelijk onderzoek. Asselbergs was erbij. Hij ging te ver het water in, wilde niet terugkomen. We probeerden hem over te halen maar het lukte niet. Het tij kwam op."
"Technisch gezien allemaal waar," merkte Lotte op.
"Maar niet de hele waarheid," zei Yara.
"Nee," gaf Maarten toe. "Niet de hele waarheid."
Hij dacht aan Asselbergs' gezicht in die laatste momenten, verlicht door het licht dat geen licht was. De pure vreugde, de absolute zekerheid. De man was niet verdronken in wanhoop maar was ondergedompeld in extase. Was dat beter? Erger? Gewoon anders?
"Hij maakte zijn keuze," zei Maarten zacht. "We waarschuwden hem. Meerdere keren."
"Denk je dat het genoeg is?" vroeg Lotte. "Om mee te leven, bedoel ik?"
Een vraag zonder gemakkelijk antwoord.
"Nee," zei Maarten eerlijk. "Maar het zal moeten."
Yara haalde haar telefoon tevoorschijn. "Ik kan Nadia Bakker bellen. Zij kan het discreter afhandelen dan de lokale politie."
"Wacht," zei Maarten. "Dat is de eerste keuze. Maar er is meer."
Hij zette zijn beker neer en keek naar hen beiden. "Asselbergs is één probleem. De drempels zijn een ander. Wat doen we met wat we weten?"
Yara ging langzaam op het andere bed zitten. "De miljoen-dollar vraag."
"We kunnen het publiceren," zei Maarten. "Alles. De onderzoeksdata, de Consortium-documenten, ons eigen ervaringen. Wetenschappelijke tijdschriften, media, de hele waarheid."
"Ze zullen ons uitlachen," zei Lotte. "Of erger."
"Waarschijnlijk wel," beaamde Maarten. "Totdat anderen het ook gaan ervaren. De drempels worden sterker, dat weten we. Meer mensen zullen ze gaan voelen."
"En als we het niet publiceren?" vroeg Yara.
"Dan zijn we net als het Consortium. Behoeders van een geheim. Beschermers van kennis die te gevaarlijk is voor de massa."
"Dat klinkt arrogant als je het zo zegt."
"Omdat het arrogant is," zei Maarten. "Maar misschien ook verstandig. De Prometheus Initiatieven zijn er nog steeds. Als ik naar buiten kom met dit, worden we doelwitten."
Lotte huiverde bij die gedachte.
"Dus we hebben drie opties," vatte Yara samen. "Alles delen, niets delen, of iets ertussenin."
"Wat zou 'ertussenin' betekenen?" vroeg Lotte.
Maarten dacht na. "Selectief delen. Met de juiste mensen, op de juiste manier. Wetenschappers die openstaan voor dit soort fenomenen. Misschien mensen binnen instellingen die ons kunnen beschermen."
"Zoals wie?"
"Ik ken enkele collega's bij de universiteit," zei Yara. "Niet mainstream, maar serieus. Een neurowetenschapper die onderzoek doet naar meditatieve toestanden. Een antropologe gespecialiseerd in transreligieuze ervaringen."
"En dan?" vroeg Lotte. "Langzaam een netwerk opbouwen? Onderzoeken in het geheim?"
"Worden we dan niet gewoon een nieuw Consortium?" merkte Maarten op.
Het was een ongemakkelijke waarheid. Elke poging om de kennis te controleren, te beheersen, leidde uiteindelijk naar hetzelfde pad.
"Misschien is dat onvermijdelijk," zei Yara. "Misschien is het verschil niet wat je doet maar waarom. Het Consortium wilde de drempels onderdrukken, wissen, ontkennen. Wij willen... wat? Begrijpen? Beschermen?"
"Delen," zei Lotte zacht. "Op de juiste tijd, op de juiste manier."
Maarten keek naar zijn dochter. Zestien jaar oud, en wijzer dan hij op dit moment.
"En wanneer is de juiste tijd?" vroeg hij.
"Dat weet ik niet," gaf Lotte toe. "Maar ik denk niet dat het nu is. Mensen zijn... we zijn niet klaar. Ik bedoel, kijk naar Asselbergs. Hij was een expert, hij had alles bestudeerd, en zelfs hij kon het niet aan."
"Dus we wachten," zei Yara. "Bereiden voor. Bouwen aan een basis van mensen die begrijpen."
"En ondertussen?" vroeg Maarten.
"Leven we ermee," zei Lotte. "Met wat we weten. Met wat we gezien hebben."
Het klonk simpel, maar Maarten wist dat het allesbehalve simpel zou zijn. Leven met dit bewustzijn, deze sensitiviteit voor lagen van werkelijkheid die de meeste mensen nooit zouden zien. Terugkeren naar zijn werk, zijn dagelijks leven, alsof niets veranderd was, terwijl alles veranderd was.
"Ik moet denken aan iets dat Asselbergs zei," begon Yara. "Over Prometheus. Dat hij het vuur stal en het aan de mensheid gaf, maar dat Zeus hem strafte omdat de mensheid niet klaar was voor vuur. Ze zouden zichzelf en elkaar verbranden."
"En toch hadden ze het nodig," vulde Maarten aan. "Om te overleven, om te groeien."
"Dus de vraag is niet of we het vuur delen," zei Lotte, "maar hoe. Zodat mensen leren ermee om te gaan zonder zichzelf te verbranden."
Maarten pakte nog een cracker. Zijn maag begon te wennen aan het idee van voedsel weer. Kleine stappen, herstel in lagen.
"Er is nog iets," zei hij. "De Prometheus Initiatieven. Meerdere groepen, wereldwijd, die de drempels willen forceren. Als wij niets doen, als we stil blijven, dan zijn zij de enigen die actief bezig zijn."
"En zij hebben geen scrupules," zei Yara somber.
"Precies. Dus misschien is stilte niet neutraal. Misschien is het een keuze om hen de ruimte te geven."
Het was een deprimerende gedachte.
"Dus we moeten iets doen," zei Lotte. "Maar voorzichtig."
"Strategisch," verbeterde Yara.
"Wijs," probeerde Maarten.
Ze keken elkaar aan en moesten bijna glimlachen om de absurditeit. Drie mensen in een hotelkamer, proberend de toekomst van menselijk bewustzijn te plannen over kippensoep.
"Oké," zei Yara uiteindelijk. "Laten we praktisch zijn. Eerste stap: we melden Asselbergs. Via Nadia Bakker, discrete afhandeling. We vertellen een versie van de waarheid die kan worden gedocumenteerd."
"Tweede stap?" vroeg Maarten.
"We gaan naar huis. We herstellen. We geven onze lichamen tijd om te genezen van het vasten en onze geesten tijd om te integreren wat we ervaren hebben."
"Derde stap," zei Lotte, "we besluiten wie we in vertrouwen nemen. Langzaam, voorzichtig. Mensen die kunnen helpen zonder gevaar."
Het was een plan. Niet perfect, niet compleet, maar een begin.
"En ondertussen," zei Maarten, "leven we met dit." Hij wees vaag naar zijn hoofd, zijn borst. "Met wat we nu zijn."
"Wat zijn we?" vroeg Lotte zacht.
Maarten dacht aan het moment op de drempel, toen hij zichzelf had gezien als een patroon in een groter weefsel, verbonden met alles. Het was vervaagd, maar niet verdwenen. Hij was nog steeds Maarten Venema, wetenschapper, vader, man. Maar nu ook iets meer. Of misschien niet meer, maar anders. Breder. Dieper.
"Mensen die verder hebben gekeken dan de meesten," zei hij uiteindelijk. "En die nu moeten leren wat dat betekent."
Yara haalde haar telefoon weer tevoorschijn. "Ik bel Nadia. Nu meteen, voordat we ons bedenken."
Ze liep naar het raam en toetste een nummer in. Maarten kon haar kant van het gesprek horen.
"Nadia? Met Yara Kemal... Ja, het gaat goed, maar we hebben een situatie... Nee, niets met de Prometheus mensen, althans niet direct... Het gaat om professor Asselbergs... Ja, dezelfde... Hij is... we denken dat hij verdronken is."
Een pauze terwijl ze luisterde.
"Op de Westerschelde, bij Ellewoutsdijk. Gisteren, rond zonsondergang... We waren er allemaal bij, het was een onderzoeksexpeditie... Hij ging het wad op en wilde niet terugkomen toen het tij keerde... Ja, ik weet hoe het klinkt..."
Maarten zag Yara's schouders spannen.
"We kunnen het uitleggen, maar niet over de telefoon... Oké... Oké, dat begrijp ik... Ja, we zijn in Middelburg, Hotel De Korenbeurs... Kamer 214... Over twee uur? Dat is goed... Dank je."
Ze beëindigde het gesprek en draaide zich om. "Ze komt hierheen. Wil een volledige verklaring voordat ze het officieel maakt."
"Hoe klonk ze?" vroeg Maarten.
"Bezorgd. Achterdochtig. Professioneel." Yara wreef over haar gezicht. "We hebben twee uur om onze verhaal kloppend te krijgen."
Lotte stond op. "Ik ga douchen en aankleden. Als er een officiele rechercheur komt wil ik er niet uitzien als een zombie in een badhanddoek."
Ze verdween in de badkamer. Maarten hoorde het water weer stromen.
"Denk je dat Nadia het zal geloven?" vroeg hij aan Yara.
"Wat we haar vertellen? Deels wel. Ze is slim genoeg om te weten dat we niet alles zeggen." Yara kwam terug naar het bed en ging zitten. "De vraag is of ze ons vertrouwt genoeg om de gaten te accepteren."
"We hebben haar weinig keuze. Er is geen ander verhaal dat werkt."
"Er is altijd een ander verhaal," zei Yara droog. "Zelfmoord. Ongeluk. Opzet. Zij moet besluiten welke ze kiest."
Maarten had daar niet aan gedacht. Natuurlijk, vanuit politieperspectief waren er meerdere scenario's mogelijk. Ze zouden moeten bewijzen dat ze niet verantwoordelijk waren voor Asselbergs' dood.
"Shit," mompelde hij.
"Ja," beaamde Yara. "Welkom terug in de gewone wereld, waar mensen drempel-ervaringen niet accepteren als rechtvaardiging voor het achterlaten van een collega op het wad."
Hij moest bijna lachen om de absurditeit. Gisteren had hij de fundamentele aard van de werkelijkheid waargenomen, en vandaag moest hij zich zorgen maken over mogelijke vervolging wegens nalatigheid.
"We vertellen de waarheid," zei hij. "Zoveel als we kunnen. Asselbergs was obsessief bezig met zijn onderzoek. Hij wilde de exacte convergentiepunten vinden. Hij ging te ver het wad op, te dicht bij het water. We probeerden hem terug te roepen maar hij reageerde niet. Het tij kwam snel. We moesten kiezen tussen met hem blijven en allemaal verdrinken, of terugkeren."
"En zijn motivatie?"
"Wetenschappelijke obsessie. Hij wilde zijn theorieën bewijzen. Het kostte hem zijn leven."
"Ook waar," zei Yara. "Op een bepaalde manier."
Ze zwegen allebei, luisterend naar het geluid van de douche. Maarten dacht aan alle lagen van waarheid die in hun verhaal zaten. De oppervlakte-waarheid die ze Nadia zouden vertellen. De diepere waarheid die ze voor zichzelf bewaarden. En eronder, de transcendente waarheid die Asselbergs had gezien en niet had losgelaten.
"Wat denk jij dat er met hem gebeurd is?" vroeg hij zacht. "Echt gebeurd, bedoel ik."
Yara dacht lang na voordat ze antwoordde. "Ik denk dat hij begreep wat de drempel was. Intellectueel, analytisch. Maar begrijpen is niet hetzelfde als geïntegreerd zijn. Hij had de kennis zonder de wijsheid."
"En dat verschil kostte hem zijn leven."
"Of gaf hem wat hij wilde," zei Yara. "Wie zijn wij om te oordelen? Misschien was dat zijn keuze. Volledig zien en daarin verdwijnen, in plaats van gedeeltelijk zien en ermee moeten leven."
Het was een verstorende gedachte. Maarten wilde geloven dat ze het juiste hadden gedaan, dat Asselbergs' dood een tragedie was die ze niet hadden kunnen voorkomen. Maar een deel van hem vroeg zich af of de man precies had gekregen wat hij zocht — volledige onderdompeling, zonder terugkeer.
De douche stopte. Even later kwam Lotte tevoorschijn, aangekleed in schone kleren die Yara blijkbaar voor haar had gekocht. Spijkerbroek, simpel shirt, haar nog vochtig maar gekamd.
"Beter?" vroeg Yara.
"Menselijker, in ieder geval." Lotte keek naar Maarten. "Jij moet ook douchen voordat Nadia komt. Je ruikt naar... ik weet niet precies waarnaar, maar het is niet goed."
Maarten snoof zijn shirt. Ze had gelijk. Dagen van vasten, nachten op het wad, de zeelucht en het zweet van angst en transcendentie. Niet een geur die vertrouwen wekte.
"Ik heb schone kleren voor je," zei Yara. "Ongeveer jouw maat, denk ik."
Hij stond op, voorzichtig, en liep naar de badkamer. Zijn benen voelden zwak maar functioneel. De douche was klein maar het water was heet en overvloedig. Hij waste het wad van zich af, de laatste fysieke sporen van de drempel.
Maar terwijl hij onder het stromende water stond, voelde hij het nog steeds. Dat onderliggende bewustzijn, die sensitiviteit voor de lagen. Het was niet iets dat je kon afwassen. Het was nu deel van hem, ingebakken in hoe hij de wereld waarnam.
Hij dacht aan wat Lotte had gezegd. Dat ze het nog steeds kon voelen, als een woord op het puntje van haar tong. Voor hem was het anders. Geen woord maar een melodie, een frequentie die onder het normale waarnemen doorklonk. Als hij stil genoeg was, als hij luisterde zonder te proberen, kon hij het horen.
Hij droogde zich af en kleedde zich aan in de kleren die Yara had gekocht. Ze pasten redelijk. Hij bekeek zichzelf in de beslagen spiegel. Dezelfde Maarten, maar ook niet. Iets in zijn ogen was anders. Dieper? Vermoeider? Opener?
Hij wist het niet.
Toen hij terugkwam in de kamer had Yara de resten van hun ontbijt opgeruimd en zaten zij en Lotte aan het kleine bureau, aantekeningen makend.
"We stellen een tijdlijn op," legde Yara uit. "Wanneer we waar waren, wat we deden. Zo consistent mogelijk."
"Goed idee," zei Maarten. Hij ging op het bed zitten. "Begin bij het begin. Wanneer contacteerde Asselbergs ons?"
Ze werkten de volgende anderhalf uur door, construerend een verhaal dat waar was zonder de hele waarheid te zijn. De convergentiepunten werden "plekken van wetenschappelijk belang". De drempels werden "veronderstelde locaties met bijzondere geologische of magnetische eigenschappen". Het vasten werd "voorbereiding voor een intensieve veldwerkperiode". De transcendente ervaring werd niet genoemd.
Tegen de tijd dat er op de deur werd geklopt hadden ze een verhaal dat klopte, tenminste oppervlakkig.
Yara opende de deur. Nadia Bakker stond in de gang, gekleed in een donker pak, haar gezicht professioneel neutraal. Maar Maarten zag de bezorgdheid in haar ogen toen ze de kamer inscande en hen drieën zag zitten.
"Dr. Venema," zei ze. "Yara. Lotte." Ze kwam binnen en deed de deur achter zich dicht. "Jullie zien eruit alsof jullie door een oorlog zijn gegaan."
"Zoiets," zei Maarten.
Nadia ging op de enige stoel zitten en haalde een notitieboekje tevoorschijn. Oud school, papier en pen. "Oké," zei ze. "Vertel me wat er gebeurd is. Alles, vanaf het begin."
En dus vertelden ze het. Het geëditeerde verhaal, de acceptabele waarheid. Asselbergs die contact met hen opnam. Het onderzoek naar convergentiepunten. De expeditie naar de Westerschelde. Zijn obsessie om verder te gaan dan veilig was. Het opkomende tij. De keuze om terug te gaan zonder hem.
Nadia maakte aantekeningen, onderbrak af en toe voor verduidelijkingen. Haar gezicht gaf niets weg.
"En niemand van jullie probeerde fysiek hem terug te halen?" vroeg ze toen ze klaar waren.
"Het water kwam te snel," zei Yara. "Als we dichter bij hem waren gekomen, waren we allemaal in gevaar geweest."
"Kon hij zwemmen?"
"Dat weet ik niet," gaf Maarten toe. "We hebben het nooit gevraagd."
Nadia keek hem lang aan. "Dr. Venema, ik heb met je samengewerkt. Ik vertrouw je, tot op zekere hoogte. Maar dit verhaal heeft gaten."
"Ik weet het," zei hij eerlijk.
"Waarom zou een gerenommeerd professor zich zo irrationeel gedragen? Wat was hij echt aan het zoeken op dat wad?"
"De waarheid," zei Maarten. "Bewijs voor zijn theorieën."
"Welke theorieën?"
En daar was de grens. Hij kon haar niet vertellen over de drempels, niet echt. Niet op een manier die ze zou accepteren.
"Theorieën over menselijke perceptie," zei hij vaag. "Hoe we werkelijkheid waarnemen, of mispercipiëren. Filosofisch werk, grotendeels. Niet mijn expertise."
Nadia's blik verscherpte. "Je liegt niet, maar je vertelt ook niet alles."
"Nee," gaf hij toe. "Maar wat ik vertel is waar."
"Waarom zou ik je moeten geloven?"
Maarten dacht na. "Omdat je me kent. Omdat je weet dat ik geen moordenaar ben. Omdat het verhaal, ook al heeft het gaten, logischer is dan elk alternatief."
Nadia keek naar Yara, toen naar Lotte. "Jullie zijn het allemaal met dit verhaal eens? Dit is wat er gebeurd is?"
"Ja," zeiden ze synchroon.
Een lange stilte. Maarten kon Nadia's hersenen bijna horen werken, scenario's afwegen, waarschijnlijkheden berekenen.
"Oké," zei ze uiteindelijk. "Ik zal het melden als een mogelijke verdrinking. Ongeluk tijdens veldwerk. Lokale politie zal het wad doorzoeken wanneer het tij het toelaat. Als ze een lichaam vinden wordt het forensisch onderzocht. Als jullie verhaal klopt, zal er geen bewijs van kwaad opzet zijn."
"Dank je," zei Maarten.
"Bedank me niet." Nadia's stem was scherp. "Een man is dood. Of jullie hadden hem kunnen redden of niet, een man is dood en jullie waren erbij. Dat is iets waarmee je moet leven."
"Dat weet ik," zei Maarten zacht.
Nadia stond op. "Blijf beschikbaar. De lokale politie zal willen praten. Mogelijk zijn er meer vragen." Ze liep naar de deur, stopte toen. "En Dr. Venema? Wat dit ook echt was, wat jullie echt aan het doen waren — wees voorzichtig. De Prometheus mensen zijn nog steeds daarbuiten."
"Ik weet het," zei hij weer.
Ze knikte en vertrok.
Toen de deur dicht was, liet Maarten zich achterover op het bed vallen. "Dat ging beter dan ik vreesde."
"Ze gelooft ons niet," zei Lotte.
"Nee," beaamde Yara. "Maar ze accepteert ons verhaal. Dat is genoeg."
Maarten staarde naar het plafond. "Is het? Genoeg?"
Niemand antwoordde.
De rest van de dag verstreek in een waas. Ze aten voorzichtig — meer bouillon, daarna toast, later wat yoghurt. Kleine hoeveelheden, langzaam opbouwend. Maartens maag protesteerde maar accepteerde uiteindelijk.
Lotte checkte haar telefoon en zuchtte bij de hoeveelheid gemiste berichten. "Esmee heeft me ongeveer honderd keer ge-sms't. Ze denkt dat ik dood ben."
"Wat ga je haar vertellen?" vroeg Maarten.
"Dat ik op een onderzoeksreis was met jou. Geen bereik. De waarheid, min of meer."
"Gaat ze het accepteren?"
"Moet wel." Lotte begon te typen. "Ze zal boos zijn, maar ze zal het begrijpen."
Maarten benijdde de simpliciteit van tienerrelaties. Boos, vergeven, verder gaan. Geen existentiële lasten.
Hoewel, bedacht hij toen, Lotte droeg nu haar eigen existentiële last. Ze had de drempel gezien, ervaren. Dat kon niet ongedaan worden gemaakt. Hoe zou dat haar toekomst vormgeven?
"Lotte," zei hij. "Wat je gevoeld hebt op het wad. Die sensitiviteit. Als het niet weggaat... als het blijft, of zelfs sterker wordt... hoe ga je daarmee om?"
Ze keek op van haar telefoon. "Weet ik niet. Leren ermee leven, denk ik? Net als met alles anders."
"Maar dit is niet zoals alles anders."
"Nee," gaf ze toe. "Maar wat is het alternatief? Doen alsof het niet bestaat?"
"Mensen zijn daar behoorlijk goed in," merkte Yara op.
"Ik niet," zei Lotte simpel. "Ik kan het niet gewoon negeren. Het is er. Dus moet ik leren wat het betekent."
Maarten voelde een golf van trots vermengd met bezorgdheid. Zijn dochter, wijzer dan haar jaren, geconfronteerd met iets dat de meeste volwassenen zouden ontkennen.
"Als je hulp nodig hebt," zei hij. "Om het te begrijpen, te verwerken. Ik ben er."
"Wij zijn er allebei," voegde Yara toe.
Lotte glimlachte. "Ik weet het. Dank jullie."
Ze ging verder met typen. Maarten en Yara keken elkaar aan. Zo veel onuitgesproken tussen hen. De gedeelde ervaring op de drempel had iets geopend, een verbinding die dieper ging dan woorden. Maar wat te doen met die verbinding, in het licht van de gewone dag?
"We moeten het ook over ons hebben," zei Yara zacht. "Jij en ik."
"Ik weet het."
"Maar niet nu."
"Nee. Niet nu."
Er was te veel, te snel. Ze hadden tijd nodig om te integreren, te helen, te begrijpen wat er echt was veranderd.
Tegen de avond voelde Maarten zich sterker. Zijn lichaam herstelde, zij het langzaam. Ze besloten een wandeling te maken, de hotelkamer uit, de buitenwereld in.
Middelburg was rustig in de schemering. Historische gebouwen, geplaveide straten, mensen die hun gewone levens leidden onbewust van drempels en transcendentie. Maarten bekeek hen met een vreemd gevoel van afstand. Hadden zij het ook, die onderliggende sensitiviteit? Of was hij nu werkelijk anders, fundamenteel gescheiden van de normale menselijke ervaring?
"Het went," zei Yara naast hem, alsof ze zijn gedachten kon lezen. "Die afstand. Het gevoel van anders-zijn. Het went."
"Spreek je uit ervaring?"
"In zekere zin. Niet dit exact, maar... andere dingen. Ervaringen die je scheiden van de mainstream. Je leert leven met de scheiding."
"Voelt het als verlies?"
"Soms. Maar ook als winst. Je ziet meer, ook al kost het iets."
Ze liepen langs een kerk, zijn toren donker tegen de verblekende lucht. Maarten dacht aan alle mensen door de eeuwen heen die transcendente ervaringen hadden gehad. Mystici, heiligen, sjamanen. Hadden zij deze zelfde afstand gevoeld? Deze zelfde last van weten wat anderen niet konden zien?
"Ik vraag me af," zei Lotte, die voor hen uit liep, "hoeveel mensen dit hebben en het gewoon niet herkennen. Of het onderdrukken omdat het niet past in hoe de wereld verondersteld wordt te werken."
"Waarschijnlijk meer dan we denken," zei Yara.
"Dan zijn we niet alleen," zei Lotte. "We zijn gewoon... voorlopers. Of misschien gewoon eerlijk over wat we ervaren."
Het was een troostrijke gedachte, op zijn manier.
Ze keerden terug naar het hotel toen het helemaal donker was. Bestelden roomservice — soep en brood, simpel maar goed. Aten zwijgend, elk verzonken in eigen gedachten.
"Morgen gaan we naar huis," zei Yara uiteindelijk. "Terug naar het normale leven."
"Als dat nog bestaat," mompelde Maarten.
"Het bestaat," zei Yara vast. "We maken het bestaan. We kiezen de normaliteit, ook al weten we wat eronder ligt."
"Is dat niet oneerlijk?" vroeg Lotte. "Doen alsof?"
"Niet doen alsof," corrigeerde Yara. "Gewoon... niet alles altijd benoemen. Je kunt beide waarheden leven. De oppervlakte en de diepte."
"Zonder gek te worden?" vroeg Maarten.
"Zonder gek te worden," bevestigde Yara. "In theorie."
Ze moesten alle drie bijna lachen om de voorzichtigheid van die toevoeging.
Later, toen Lotte sliep in het andere bed, stonden Maarten en Yara bij het raam en keken naar de donkere straat beneden.
"Denk je dat we de juiste keuze maken?" vroeg Maarten zacht. "Door stil te blijven, voorlopig?"
"Ik denk dat we de enige keuze maken die we kunnen leven," zei Yara. "Misschien is het niet de beste keuze, maar het is de onze."
"En als het fout gaat? Als de Prometheus mensen doorgaan, als drempels wereldwijd beginnen te ontwaken, als mensen niet voorbereid zijn?"
"Dan passen we aan. We zijn flexibel genoeg." Ze keek hem aan. "Maarten, we kunnen niet de hele wereld redden. We kunnen alleen doen wat binnen onze macht ligt."
"En dat is?"
"Begrijpen. Delen met wie klaar is. Beschermen waar we kunnen. En vooral — leven met de waarheid zonder eraan ten onder te gaan."
Het was niet de heroïsche rol die hij misschien had gehoopt. Geen grote onthulling, geen wereldveranderende publicatie. Gewoon... stil werk, langzame groei, voorzichtige deling.
Maar misschien was dat precies wat nodig was. Niet de dramtische Prometheus die het vuur stal, maar de geduldige leraar die mensen leerde het veilig te gebruiken.
"Oké," zei hij. "We doen het zo."
Yara legde haar hand op de zijne op de vensterbank. "We doen het samen."
Hij knikte. Samen. Dat maakte het draaglijk.
Die nacht sliep Maarten beter. Dromen kwamen en gingen, vreemd en levendig maar niet angstaanjagend. Hij was op het wad, maar het water kwam niet. Hij was op de drempel, maar hij werd niet verzwolgen. Hij was gewoon, en dat was genoeg.
Toen hij wakker werd was het ochtend en Lotte was al op, gekleed en aan het pakken.
"Tijd om naar huis te gaan," zei ze toen ze hem zag bewegen.
"Ja," zei hij. "Tijd om naar huis te gaan."
Yara reed. Lotte zat achter en keek naar het voorbijglijdende landschap. Maarten zat op de passagiersstoel en bekeek de gewone wereld met nieuwe ogen.
Ze passeerden de afslag naar Ellewoutsdijk. Geen van hen zei iets, maar alle drie keken ze die kant op. Ergens daarbuiten, op het wad, lag mogelijk Asselbergs. Of misschien niet. Misschien had het water hem helemaal meegenomen, opgenomen in de grotere stroom.
"Denk je dat hij het wist?" vroeg Lotte zacht. "Dat het hem zou doden?"
"Ik denk dat hij het accepteerde," zei Maarten. "Misschien zelfs verwelkomde."
"Dat maakt het niet minder tragisch."
"Nee. Maar het maakt het zijn keuze."
Ze reden verder, weg van de kust, terug naar het binnenland. De zee verdween achter hen, maar de herinnering bleef.
Bij Utrecht nam Yara de afslag naar Maartens huis. Zijn gewone, normale huis in zijn gewone, normale buurt. Het voelde vreemd en vertrouwd tegelijk.
"Wil je binnenkomen?" vroeg hij toen ze parkeerde.
"Niet nu," zei Yara. "Ik denk dat jullie twee even tijd samen nodig hebben. Vader en dochter, om alles te bespreken."
"Wanneer zie ik je weer?"
"Binnenkort. We moeten een plan maken, mensen contacteren. Maar eerst — rust. Herstel. Integreer."
Hij knikte en stapte uit. Lotte haalde haar tas uit de achterbak.
"Yara," zei Maarten voordat hij de auto deur sloot. "Dank je. Voor alles."
"We zijn er nog niet," zei ze. "Dit is maar het begin."
"Ik weet het. Toch bedankt."
Ze glimlachte en reed weg. Maarten en Lotte stonden op de stoep en keken de auto na tot hij om de hoek verdween.
"Kom," zei Lotte. "Laten we naar binnen gaan. Ik sterf voor een echte douche in mijn eigen badkamer."
Het huis was zoals hij het had achtergelaten. Misschien iets stoffiger, maar verder onveranderd. Dezelfde meubels, dezelfde boeken, dezelfde stilte.
Maar hij was veranderd. En dat maakte alles anders.
Lotte verdween naar boven. Maarten liep naar zijn studeerkamer en bekeek de stapels papers op zijn bureau. Zijn onderzoek, zijn werk, zijn academische leven. Het voelde nu als iets uit een vorig leven.
Maar het was nog steeds zijn leven. Hij moest het oppakken, voortzetten, ook al wist hij nu wat eronder lag.
Zijn telefoon, die hij dagen niet had gecontroleerd, lag op het bureau. Hij laadde hem op en wachtte terwijl de berichten binnenstroomden. E-mails van collega's, gemiste oproepen van de universiteit, nieuwsmeldingen.
En één bericht van een onbekend nummer: We weten wat je gedaan hebt. De drempels zijn niet voor jou. Wacht op instructies.
Prometheus Initiative.
Zijn hart versnelde. Ze waren er nog steeds, kijkend, wachtend.
Hij verwijderde het bericht, maar de woorden bleven hangen. De bedreigingen waren niet voorbij. De keuze om stil te blijven beschermde hem niet volledig.
Niets kon dat.
Hij hoorde Lotte boven zingen in de douche, een vaag melodietje. Het geluid van normaliteit, van leven dat doorging.
Dat was de keuze, realiseerde hij zich. Niet tussen veiligheid en gevaar, niet tussen delen en zwijgen. De keuze was tussen leven in angst of leven in bewustzijn. Tussen ontkenning en acceptatie. Tussen de oude werkelijkheid en de nieuwe waarheid.
Hij had de drempel gezien. Hij kon niet on-zien. Hij kon alleen kiezen hoe hij ermee leefde.
En die keuze maakte hij nu, in deze gewone kamer, op deze gewone dag. Hij koos voor bewustzijn. Voor voorzichtig delen. Voor langzaam opbouwen van begrip. Voor beschermen wat beschermd kon worden en loslaten wat te groot was om vast te houden.
Hij koos voor leven, met alles wat hij nu wist.
Later, toen Lotte beneden kwam met nat haar en schone kleren, vond ze hem aan zijn bureau, aantekeningen makend.
"Wat schrijf je?" vroeg ze.
"Namen," zei hij. "Mensen die we kunnen vertrouwen. Mensen die misschien klaar zijn om te begrijpen."
"Hoeveel tot nu toe?"
Hij telde. "Vier. Misschien vijf."
"Dat is een begin."
"Ja. Een begin."
Ze stond achter hem en keek naar de lijst. "Mogen Esmee en ik erbij?"
Hij draaide zich om. "Esmee weet het?"
"Nee. Maar ik wil het haar vertellen. Als de tijd juist is. Ze is... ze zou het misschien begrijpen."
Maarten dacht na. Meer mensen inwijden betekende meer risico. Maar ook meer mogelijkheden, meer perspectieven, meer kracht.
"Niet meteen," zei hij. "Maar als je denkt dat ze klaar is — ja. Vertel het haar."
Lotte knikte ernstig. "Ik zal voorzichtig zijn."
"Ik weet het."
Ze liep naar de keuken. "Ik maak thee. Wil je?"
"Graag."
Hij hoorde haar met kopjes en waterkoker rommelen. Normale geluiden van normaal leven. Maar eronder, als je luisterde, was er meer. Altijd meer.
De keuze was niet gemaakt in één moment. Het was een voortdurende keuze, elke dag opnieuw. Kiezen om wakker te blijven in een wereld die slaapte. Kiezen om te weten in een cultuur die vergat. Kiezen om te leven in de spanning tussen wat was en wat kon zijn.
Maar het was zijn keuze. Hun keuze. En ze zouden ermee leven.
Lotte kwam terug met twee bekers thee. Ze gaf er een aan hem en ging in de andere stoel zitten.
"Papa," zei ze na een stilte. "Denk je dat we het juiste doen?"
"Eerlijk? Ik weet het niet. Maar ik denk dat we het beste doen dat we kunnen met wat we weten."
"En als het niet genoeg is?"
"Dan passen we aan. We leren. We groeien." Hij nam een slok thee. "Het perfecte bestaat niet, Lotte. Er is alleen het mogelijke. En dat proberen we."
Ze knikte langzaam. "Oké. Dan proberen we."
Ze dronken hun thee in stilte, vader en dochter, beiden veranderd, beiden voorwaarts kijkend.
Buiten ging het leven door. Auto's passeerden, mensen liepen voorbij, de zon bewoog over de hemel volgens zijn eeuwenoude patroon.
En eronder, onzichtbaar maar voelbaar voor wie wisten te kijken, trilden de drempels. Wachtend. Ontwakend. Roepend.
Maar niet vandaag.
Vandaag was voor herstel. Voor plannen maken. Voor de kleine, gewone dingen die samen een leven vormden.
Morgen zou er tijd genoeg zijn voor het buitengewone.
Maarten opende zijn laptop en begon een e-mail aan de eerste naam op zijn lijst. Voorzichtig, genuanceerd, uitnodigend zonder te onthullen. Een eerste stap op een lange reis.
Lotte keek over zijn schouder mee. "Dat is goed," zei ze. "Niet te veel, niet te weinig."
"Dank je."
Hij drukte op verzenden. De e-mail verdween in de ether, op weg naar iemand die misschien zou begrijpen.
Of misschien niet.
Het was de keuze om te proberen. Dat was het enige dat hij kon doen.
En dus deed hij het.
Een keuze tegelijk.
Een stap tegelijk.
Een dag tegelijk.
Levend met de drempel, noch erdoor verteerd noch het ontkennend.
Dat was de kunst. Dat was de uitdaging. Dat was de keuze die hij elke dag opnieuw zou maken.
En terwijl de middag overging in avond, en de avond in nacht, voelde Maarten voor het eerst sinds de Westerschelde iets dat op vrede leek.
Niet de absolute vrede van volledige oplossing. Maar de relatieve vrede van geaccepteerde complexiteit.
Het was genoeg.
Voor nu was het genoeg.